De Toepregels

Toepen is een snel en spannend spel van geluk, inzicht en... bluffen! Je speelt het met 3 tot 5 spelers.
Iedereen begint met vier kaarten, uit een totaal van 32, ofwel van hoog naar laag gerangschikt: 10, 9, 8, 7, aas, heer, vrouw, boer. De 10 is dus de hoogste kaart, een boer altijd de laagste.

Het doel is simpelweg om de laatste slag te halen - de vorige slagen zijn onbelangrijk. Je moet altijd kleur bekennen, en als je die niet hebt, gooi je gewoon een andere kaart weg; er is dus ook geen troef. Degene die de laatste slag binnenhaalt, verdient 1 punt en de rest krijgt strafpunten (zie verder). De winnaar deelt altijd de volgende ronde, waarna degene die links van hem zit weer uitkomt.
Iedereen start met 15 punten en de eerste die 0 punten heeft, verliest het spel en tracteert de anderen op een drankje (dat laatste gaat in de computerversie van Toepen helaas moeilijk). In ons geval betaalt een verliezer aan de anderen 5 ct voor elk punt dat hen resteert.

Het spelen

In het begin begin je gewoon te spelen, maar zodra iemand denkt (of wil suggereren...) dat ie de laatste slag gaat halen, "klopt" of "toept" hij, waarna de andere spelers (na elkaar en beginnend bij degene die links van de speler die heeft geklopt zit), moeten zeggen wat ze doen. Je kunt kiezen tussen: passen (kost 1 strafpunt), of meegaan met de klop (2 strafpunten - tenminste, als je op het eind verliest). De speler die geklopt heeft gooit vervolgens zijn kaart op waarna de volgende speler die aan de beurt is weer kan 'overkloppen', waarna de andere spelers weer moeten zeggen wat ze doen, net als bij die eerdere klop.
Weggaan kost nu 2 strafpunten, en wie meegaat en op het eind verliest heeft er 3 aan zijn broek. Dit gaat zo door, tot één iemand daadwerkelijk de laatste slag haalt. Deze krijgt 1 punt erbij, en bij de andere spelers gaat er 1 plus het aantal keer dat er is geklopt vanaf.
Je kunt alleen passen nadat er is geklopt, of nadat de eerste kaart van de laatste slag is opgegooid en er minstens 1 maal eerder is geklopt.
Om afwachtende spelers de wind uit de zeilen te nemen mag niet meer dan 2 maal achtereen worden gepast op de eerste klop.

Vergeet vooral niet op het eind van een spel te kloppen: stel dat iemand in de laatste slag klaver 9 uitkomt en je hebt zelf klaver 10, dan weet je zeker dat je wint. Wacht dan rustig je beurt af (een bluffer die vóór je zit kan ook nog besluiten te kloppen) en zeg dan met een stalen gezicht "ik klop over"... Wacht tot de anderen hebben gezegd wat ze doen (hopelijk gaan ze mee, dus willen ze je laatste kaart 'zien'), en gooi dan pas triomfantelijk je tien op. Yes!

Speciale regels

  1. Spreekt eigenlijk voor zich: je mag nooit 'over jezelf heen' kloppen. Als jij als laatste hebt geklopt, moet je wachten tot iemand anders overklopt, voordat je zélf weer kunt kloppen.
  2. Wie op 1 punt komt, staat op 'pelt' of 'armoe'. Het spelletje dat dan gespeeld wordt, gaat automatisch om 2 punten.
    De peltspeler mag niet meer kloppen, maar de andere spelers wel. Het is ook gebruikelijk dat maar één van de andere spelers de pelt 'pakt' (dus speelt), terwijl de rest meteen weggaat voor één punt; op die manier heeft de armoe-zaaier de beste kans om te overleven.
    Bij 1 peltspeler moet iemand van de niet-peltspelers altijd de pelt pakken, als iedereen past, moet de deler de pelt pakken.
    De peltspeler komt altijd uit. Bij meerdere peltspelers komt de peltspeler die het eerst volgt op de deler als eerste uit.
    Als er meerdere peltspelers zijn en alle niet-peltspelers passen, worden de kaarten van de peltspelers aangevuld tot 8 kaarten. In het spel dat dan volgt kan (uiteraard) niet meer worden geklopt.
  3. Als je wanhopig ver achter staat en de anderen in één klap veel punten wilt aansmeren, kun je de gok wagen om blind te spelen. Dan zeg je, voordat (!) je je kaarten hebt bekeken "ik klop blind voor drie" (of vier, vijf...). De anderen mogen hun kaarten al of niet bekijken en daarna besluiten of ze weggaan voor één punt (blind) of 2 punten (als de kaarten eerst worden bekeken), of meespelen voor het genoemde aantal (minimaal 3).
    Voor blind kloppen gelden de volgende regels:
    - alleen de speler die als enige het laagste puntenaantal heeft mag blind kloppen
    - een speler die blind meegaat op een blinde klop, gaat mee voor het aantal punten - 1
    - de blind kloppende speler mag als eerste uitkomen
  4. Rangvolgorde:
    Indien geen van de nog in het spel zijnde spelers de gevraagde kaartkleur heeft, is de rangvolgorde van de kaarten:
    1) Harten 2) Schoppen 3) Ruiten en 4) Klaveren.
    Voorbeeld:
    3 spelers hebben allen nog maar 1 kaart. Speler A mag als eerste uit, en speelt een Klaver Boer. Speler B heeft Ruiten 10 maar klopt toch (bluft). Speler C heeft Schoppen 10 en houdt wel van wat bluf en gaat mee. Speler A past echter. De spelers B en C hebben beiden niet de gevraagde kaart. Speler C wint hier echter omdat in dit geval de Schoppen 10 hoger is dan de Ruiten 10.
  5. Deze regel wordt soms toegepast: als je drie (of vier) tienen of boeren hebt, moet je 'fluiten'. Wie niet kan fluiten, zegt gewoon 'ik fluit'. De rest weet nu dat je óf hele goeie kaarten hebt (en lopen daarom misschien sneller weg als je klopt) óf juist hele lage. Het mooiste is drie tienen met een boer: je fluit, gooit in de eerste slag je boer weg - zodat iedereen denkt "die zal wel drie boeren hebben" - en als je daarna klopt, zal iedereen meegaan. Kassa! Hoewel, ook met drie tienen kun je makkelijk verliezen... Het programma laat een '#' zien achter de score van een speler als deze moet fluiten.

Copyright Frans van Aernsbergen en Kees Vuik, 2000-2010
Laatst bijgewerkt: december 2010